maandag 28 februari 2005
gezicht
Christus icoon
Christus Pantocrator uit het Catherinaklooster in de Sinaï, 7e eeuw
“En toch spijt het me dat ik die film heb gezien omdat ik sindsdien, iedere keer als ik mij tot Jezus richt, het beeld van de hoofdrolspeler, James Caveziel, op mijn netvlies krijg.”
Andries Knevel over The Passion of Christ
in De Tien Geboden in Trouw

God’s human face

zondag 27 februari 2005
inkeer en terugkeer
tweede zondag van de voorvasten: Zondag van de Verloren Zoon

Vandaag wordt in de Orthodoxe Kerk de tweede zondag van de voorvasten gevierd, de Zondag van de Verloren Zoon. In de Vigilie voorafgaand aan deze Zondag wordt volgens de Traditie van de Kerk Psalm 136 gezongen: aan Babylons stromen. Hierin wordt niet alleen gedacht aan de Babylonische ballingschap van het volk Israel in de zesde eeuw voor Christus, maar vooral aan onze eigen ballingschap uit het Paradijs.

De wereld waarin we leven wordt steeds verleidelijker en er is niemand die niet op een of andere manier in haar verstrikt is. Maar toch weten gelovigen dat deze wereld niet de plek is waar we thuishoren en verlangen we, evenals de verloren zoon, naar onze terugkeer. Zonder berouw is die terugkeer onmogelijk. Dat is de diepe betekenis van de vastentijd: tijd van inkeer, tijd van berouw over onze zonden en vooral terugkeer: op weg naar het grote Feest van de Opstanding.

Psalm 136
Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.
Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn.
Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zingt ons een van de liederen Sions;
Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!
Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap! ( … )
( Bron: statenvertaling.nl )
de verloren zoon van Rembrandt
De terugkeer van de verloren zoon (1668) Hermitage Sint Petersburg

Bijbelse kunst: De terugkeer van de verloren zoon
Kerkelijke kalender 2005 [ Orthodoxe Parochie Amsterdam ]

zaterdag 26 februari 2005
troost

11:12:05 The New Phoenix - Give To Me Your Love
11:09:32 Buffalo Springfield - Down Down Down
11:07:11 Fantastic Zoo - Light Show
11:03:40 Jefferson Airplane - Young Girl Sunday Blues
11:00:36 Blood, Sweat & Tears - House In The Country
10:58:06 The Loreys - Goin’ Downtown
10:57:48 Acid Talk - Psychedelic Circus
10:54:14 Electric Banana - Blow Your Mind
10:52:52 The Moody Blues - Eyes Of A Child II
10:50:29 Mystery Clock - Time Marches On
10:47:09 The Who - Disguises
10:43:51 Jeff Beck - Shapes Of Things
10:40:58 The Action - Icarus
10:37:55 The Creation - For All That I Am
10:25:40 Pink Floyd - The Narrow Way

60’s Psychedelic Web Radio [ techwebsound.com ]

paradise lost

mojo coverBij de tijdschriften werd mijn blik opgezogen door het woord PSYCHEDELIC! in circusletters op de cover van een onbekend magazine. How Hendrix, The Beatles & Pink Floyd turned on stond er onder. Ik was al bijna verkocht. Dus eerst maar eens bladeren. De psychedelische layout en typografie zogen mij verder… Tijdlijnen van 1965, 1966, enz… Daar ben ik erg gevoelig voor. Ik plaats mijzelf altijd in de geschiedenis als een reiziger die telkens weer naar de kaart zit te turen. En ik ben vertrouwd met de paradox dat ik mij daardoor juist steeds meer tegenover de geschiedenis ga bevinden.

De sixties zijn voor mij verstrengeld met de jaren die mij voor altijd doen herinneren aan de tijd dat ik nog een kind was, een wezen dat niet reflectief tegenover de wereld stond. Ooit kon ik gewoon simpel zijn kort aangelijnd aan de pin van het ogenblik, zoals Nietzsche schrijft in zijn beschouwing over het geluk van het dier. Ik zie mijzelf als kleuter door mijn ouders gedocumenteerd op vierkante zwartwitfoto’s met een gekarteld randje. Die beelden vermengen zich met de bonte foto’s van vrije en blije bloemenkinderen in het Mojo magazine. Maar ik ben geen kind meer en ik ken de keerzijde: massaal zochten ze het verloren paradijs, maar namen de verkeerde weg en velen belandden in de hel van de drugs.

“Vertel me eens over de sixties, hoe ze echt waren…", kwijlt het retrohippiemeisje uit de jaren negentig tegen Peter Fonda in the Limey van Soderbergh. De vadsige vijftiger geeft een kort antwoord. “De sixties duurden eigenlijk maar een jaar, 1966 of beter gezegd maar een halfjaar. Stel je een land voor waar je nog nooit geweest bent en waar je geen kaart van hebt, maar alles wat je er tegenkomt, is je ten diepste vertrouwd. Dat waren de sixties.”

Neverland, (hoeveel psychedelische bands en albums droegen die naam?) een lokatie zonder coordinaten in tijd en ruimte, een bewustzijnsstaat, net als het verloren paradijs. Maar er is één groot verschil tussen Neverland, mijn jeugd en het verloren paradijs: Aan Neverland en mijn jeugd heb ik herinneringen, maar naar het verloren paradijs kijk ik reikhalzend uit als naar een land waar ik nog nooit geweest ben en waar gelukkig geen kaarten van bestaan.

Psychedelische webradio: technicolor web of sound
week van de jaren zestig [ Radio 2 ]

vrijdag 25 februari 2005
das ewig weibliche zieht uns hinan
Filosofie Scheurkalender, 25 februari
In Sporen. De stijlen van Nietzsche, uitvoerig geannoteerd door Ger Groot, constateert Derrida dat de Nietzscheaanse vrouw over haar ‘afgrondelijkheid’ een sluier draagt. Haar waarheid - de afgrond die ze verhult - is tegelijk haar schaamte. De mannelijke filosoof is geïntrigeerd door deze verhulling die om een onthulling vraagt; hij vermoedt een ‘diepte’ die hij begeert en vreest. “De vrouw weet echter dat onder haar sluier geen ‘waarheid’ verborgen ligt, geen ‘diepte’, maar een afgrond waarin elke illusie van waarheid verzinkt", aldus Groot. “Dit geeft haar een mateloze macht over de filososfische waarheidszoeker, die onhandig dingt naar haar gunsten en daarmee een willoos slachtoffer wordt van haar grillen.”

Gelukkig zijn niet alle vrouwen Nietzscheaans.

op zoek naar de nuance

Gisteren viel de nieuwe Filosofie Magazine op de mat. Het magazine en de website zijn beiden gerestyled. Het is wennen. Mooie chique vormgeving , maar in typografisch jargon is de tekst te blond: Een ultralichte schreefloze letter en te brede interlinie maakt de platte tekst niet erg leesbaar. Hopelijk ziet de redactie dit op tijd in en krijgen we in een volgende nummer weer beter leesbare teksten. Opvallend is de nieuwe werving, doet me denken aan een oude bekende van mij die er voor pleitte alles enerzijds,anderzijds te beschouwen, ook en vooral als het om de persoon van Adolf Hitler ging…

FM-advertentie
Bekijk het eens vanuit een filosofisch standpunt
Voortdurend komen nieuws, opinies en achtergronden op ons af. Standpunten worden als feiten gebracht. Meningen als waarheden. Opinies als bewijs. Oppervlakkigheid is verleidelijk, terwijl de wereld ingewikkeld is. Ook dicht bij huis. Gedrag van mensen, rituelen uit verre oorden, meningen van buren en vrienden, recht dat krom lijkt en andersom. Filosofie Magazine wil inzicht geven. Door de waan van de dag door te prikken en interessante kwesties in een breder perspectief te plaatsen. Door verschillende gezichtspunten te belichten. Vragen op te roepen. Zaken te ontleden. U aan het denken te zetten. Zo krijgen uw gedachten vorm; uw mening een fundament. Zet u zelf elke maand aan het denken.

Filosofie Magazine

donderdag 24 februari 2005
mentale masturbatie
gelezen: de gevaren van introspectie
door Andrew Fellows in LEV ( jrg. 9 nr. 2 )
Kierkegaard treurde erover dat de mens vergeten is hoe hij moet zijn. Hij zei dat we alleen nog maar kunnen denken en praten over zijn. We nemen geen deel meer aan de werkelijkheid, we denken er alleen nog maar over. Dat is introspectie. We vervangen de realiteit door ideeën over de realiteit, we komen gevangen te zitten in abstracties. We kijken bij ons denken naar binnen in plaats van naar buiten. Met een wat grof, maar accuraat beeld zouden we introspectie kunnen definiëren als mentale masturbatie. God gaf de mens de seksualiteit als iets dat samen met een ander mens genoten kan worden. Ze is naar buiten gericht. Als mensen masturberen, zijn ze niet langer verbonden met iemand buiten zichzelf, maar zijn ze naar binnen gericht. Dit is verkeerd omdat Gods bedoeling met de mens is dat hij niet alleen denkt, maar ook is. Het een zou het ander moeten voeden. Als het denken zich naar binnen keert, nemen we geen deel meer aan de werkelijkheid, maar zijn we verloren in gedachten. Dit leidt tot een hyperrationeel denken, een eindeloos verstandelijk beredeneren. Steeds meer denken, steeds minder zijn. Een vicieuze cirkel die nooit stopt als een centrifuge die alsmaar rondjes draait.

meer artikelen uit LEV

woensdag 23 februari 2005
plat
De verwereldlijking van de kerkelijke kunst in het Westen ( … ) was trouwens los van de Renaissance al eerder aangevangen, zoals dat een aantal jaren geleden nog eens wereldwijd duidelijk werd tijdens de tragische aardbevingen in Italie, waarbij beroemde fresco’s van o.a. Giotto verloren zijn gegaan. In de Volkskrant stond toendertijd de veelzeggende zin: “De schilder Giotto, die leefde rond 1300, brak als eerste met de plat-Byzantijnse composities van die tijd, zijn afbeeldingen kennen veel meer samenhang en de personen vertonen veel menselijker gelaatstrekken". Hier wordt de suggestie gewekt dat er in de kerkelijke kunst een soort ‘ontwikkeling’ had plaatsgevonden van een ‘platte primitieve’ Byzantijnse kunstvorm (ook nog een kunstvorm van die tijd! ), naar een meer ‘ontwikkelde’, ’samenhangende’ en natuurgetrouwe Italiaans-Katholieke schilderstijl.
Giotto
Madonna van Giotto
Maar wat wij hier in werkelijkheid zien is geen evolutie van artistieke stijlen, maar een verdere verwijdering van de Oosterse en Westerse theologische opvattingen met betrekking tot de kerkelijke kunst en ik hoop ( … ) aan te tonen dat theologisch gezien de Westerse religieuze kunst juist ‘plat’ en ‘onsamenhangend` is geworden, terwijl de orthodoxe religieuze kunst de goddelijke dimensie van de realiteit in een ultieme samenhang heeft weten te bewaren.
( lees verder: Het iconografische aspect van de Orthodoxe Kerk door vader Sergi Merks )
dinsdag 22 februari 2005
de schoop
vandaag 217 jaar geleden geboren:
Arthur Schopenhauer, 22 februari 1788
Het had maar weinig gescheeld of Arthur Schopenhauer was in Engeland geboren. Zijn vader wilde dat graag en zijn moeder schikte zich naar diens wens. De ouders waren naar Engeland gereisd en wilden in Londen de geboorte van hun kind afwachten. De vader die met de Engelse levensstijl dweepte, dacht daarmee te bereiken dat de vurig gewenste zoon de Engelse nationaliteit zou krijgen. Maar plotseling werd de vader tijdens de mistige dagen voorafgaand aan de bevalling door angst overvallen. Tijdens een zware inspannende reis bracht hij zijn hoogzwangere vrouw terug naar Danzig, waar Arthur op 22 februari 1788 ter wereld kwam.
de jonge Arthur
portret van Arthur Schopenhauer op 27-jarige leeftijd door Ludwig Sigismund Ruhl uit 1815
Als filosoof en volgens de publieke opinie is Arthur Schopenhauer echter wel degelijk in Engeland geboren. Op vierenzestigjarige leeftijd, wanneer hij zijn levenswerk, waarvan het brede publiek geen weet heeft, reeds heeft voltooid, brengt een Engelse krant, de Westminster and Foreign Quarterly Review, in april 1853 deze Kasper Hauser van de Duitse filosofie onder de aandacht van het Engelse publiek.
(Bron: Arthur Schopenhauer, de woelige jaren van de filosofie door Rüdiger Safranski)

schopenhauer-online.de

waarheid en respect
gelezen: leidt christelijk exclusivisme tot geweld?
door Wil Kaljouw, in Beweging ( 68e jrg. nummer 4 )
( … ) In postmoderne kringen levert dit problemen op. Uit respect voor een gesprekspartner is het niet mogelijk de waarheid te claimen voor een geloofsovertuiging. Het getuigt van meer respect om de zekerheid van het geloof in twijfel te trekken. De Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga heeft echter aannemelijk gemaakt dat achter deze twijfel ook een gebrek aan respect schuilgaat. Deze twijfel doet een beroep op een norm van kennis. Deze norm is een bijzonder strenge norm, die verbiedt om veel van onze alledaagse kennis als waar en zeker te achten. Hij stelt daarbij de spannende vraag waarom deze strenge norm beter zou zijn dan andere, mildere normen.
Alvin Plantinga
Alvin Plantinga
Bijvoorbeeld: in het gewone leven gaan we ervan uit dat een betrouwbaar iemand opnieuw met een betrouwbaar getuigenis kan komen. Waarom zou dit ook niet gelden binnen de religie? De Bijbel of de Traditie van de Kerk is voor vele mensen reeds honderden jaren een betrouwbaar getuigenis. Zij nemen dit getuigenis voor waar aan. Voor postmoderne oren wordt het echter anders wanneer het gaat om religieuze uitspraken. Dan wordt een beroep gedaan op een kennisnorm die zo streng is dat alle twijfel daarmee zou moeten worden uitgesloten. Is het geen arrogantie om deze eis te stellen? vraagt Plantinga. Daarmee zet hij de sceptische postmoderne onderzoeker en de traditionele gelovige op één lijn. Wanneer de postmoderne mens vraagt om de claim van waarheid te laten vallen uit respect voor andersgelovigen, heeft hij evenmin respect voor de traditioneel gelovige die meent voldoende redenen te hebben om het aloude geloof als waarheid te claimen. Daarom is het beter om de beschuldiging van arrogantie te laten vallen en alle waarheidsclaims eerlijk tegenover elkaar te stellen. Mensen van verschillende geloofsovertuiging kunnen elkaar als mens en persoon respecteren, terwijl men het oneens is over de waarheid van elkaars beweringen

Leidt Christelijk exclusivisme tot geweld?

maandag 21 februari 2005
marxisme, idealisme, orthodoxie
Sergej BulgakovSergei Bulgakov werd geboren in 1871 in Livny (ongeveer 400 km. ten zuiden van Moskou) in een Russisch-Orthodoxe familie waarvan zeker vijf generaties een kerkelijk ambt bekleden als priester. Toen hij een jaar of vijftien was, verloor hij zijn geloof om in de jaren ‘90 van de 19e eeuw een van de meest belovende Russische marxisten te worden. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Moskou. Tijdens een studieverblijf in Berlijn ( 1898 - 1899 ) raakte hij na tal van ontmoetingen met vooraanstaande Duitse socialisten teleurgesteld in de praktijk van het marxisme. ( … )
Toen hij terugkeerde naar Rusland verkeerde Boelgakov in een geestelijke crisis. Desondanks ontpopte hij zich als een van de leidende intelligentsia van de Zilveren Eeuw. Zijn motto: ‘van marxisme naar idealisme” verwoordde het gevoelen van een hele generatie. Via het Duits idealisme, met name Schelling, dat hem in zijn jeugd van de Kerk vervreemde, keerde hij geleidelijk terug naar het geloof van de Russisch-Orthodoxe Traditie. Deze geestelijke ommekeer vond plaats tussen 1900 en 1910, in 1918 bezegeld met zijn wijding tot priester. ( … )
Na de Revolutie van 1917 werd hij door Lenin in 1922 met andere kritische intelligentsia verbannen naar Parijs. Daar ontwikkelt hij zich tot een van de belangrijkste Russisch-Orthodoxe thelogen van de 20ste eeuw. Hij werd rector van het Parijse Instituut voor Orthodoxe Theologie, alwaar hij systematische theologie doceerde. In 1944 werd zijn aardse bestaan getransfigureerd. Op zijn Parijse sterfbed verwoordde hij nog eenmaal, ver van zijn vaderland, op existentiële wijze de verbinding tussen de particulariteit van zijn natie en het universele perspectief van de mensheid: “Voor ieder mens is zijn vaderland een even groot mysterie als zijn geboorte. Het is niet alleen het land waar wij de zoete smaak van het bestaan te pakken kregen, het is bovenal de grond waarboven de hemel zich voor het eerst opende en waar wij het visioen van de Jakobsladder kregen, die hemel en aarde verbond.”
(Bron: Beweging)

Bulgakov : Denker und Diener der göttlichen Weisheit
Sergej Bulgakov Society

zondag 20 februari 2005
eindelijk weer thuis
gelezen: het kwaad; het drama van de vrijheid
door Rüdiger Safranski
Met zijn filosofie van de openbaring keert Schelling terug naar Augustinus. Het is waar: de mens is verloren als hij zich alleen maar naar zichzelf zou kunnen richten. De Philosophie der Offenbarung geeft het geloof weer het woord. Maar het is geen kinderlijk geloof, het is een geloof na de filosofische zeiltocht om de wereld. Het moge zo zijn dat we weer aankomen waar we vertrokken zijn, maar we zullen toch iets hebben ervaren, we zullen iets achter de rug hebben en iets onder ons en boven ons gekregen hebben.
de oude Schelling
“Al zijn doen, alle moeite die de mens zichzelf getroost en al het werk van zijn handen is niets dan ijdelheid: alles is ijdel, want ijdel is alles waaraan een echt doel ontbreekt”

Schelling > Bücher

zaterdag 19 februari 2005
flirt met het terrorisme
zur Vorstellung des Terrors
Die RAF Ausstellung, Kunst-Werke Auguststrasse Berlin
De plaats van die Rote Armee Fraktion in de geschiedenis van de Bondsrepubliek is duidelijk nog steeds omstreden. Dat bleek uit de verhitte debatten die er al sinds 2003 over de expositie worden gevoerd. Hoe mag, hoe moet de geschiedenis van de RAF worden weergegeven? De actuele discussie over het islamitisch terrorisme maakt het er niet eenvoudiger op, de suggestie van de tenstoonstellingsmakers dat de RAF ook waardevolle idealen heeft nagelaten, doet dat evenmin.
De nabestaanden van de op 19 oktober 1977 omgebrachte voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie, Hans Martin Schleyer, schreven een boze brief aan kanselier Schroeder. De bondsregering en de senaat van Berlijn zetten de verantwoordelijke organisatie Kunst-Werke onder druk. Die zou haar subsidie alleen krijgen, wanneer ze een samenwerking zou accepteren met het wetenschappelijk Institut für Sozialforschung en een overheidsinstelling.
Dat pikten de kunstenaars en de curator van de tentoonstelling Felix Enslin (zoon van RAF-terroriste Gudrun Enslin) niet. Ze schrapten de historische component van hun tentoonstelling, veilden op eBay een aantal kunstobjecten en financieerden de tentoonstelling vervolgens zelf. Overigens leverde de Nederlandse Mondriaan Stichting wel een bijdrage.( Bron: Koketteren met RAF-terreur in Trouw )
Beuys
geëngageerde jaren 70-kunst van Joseph Beuys: “Dürer, ich führe persönlich Baader + Meinhof durch die Dokumenta V”
Insgesamt sind mehr als 100 Arbeiten von 50 Künstlern zu sehen, die sich seit den 70er Jahren mit der Roten Armee Fraktion auseinander gesetzt haben. Unter den Künstlern sind so prominente wie Gerhard Richter, Joseph Beuys, Martin Kippenberger, Sigmar Polke, Klaus Staeck und Jörg Immendorff - insgesamt drei Künstlergenerationen, die Arbeiten zur RAF gemacht haben. Ihnen gegenüber gestellt ist eine “mediale Zeitleiste": Sie dokumentiert anhand von Zeitungsausschnitten und Fernsehnachrichten, wie die Medien auf die RAF reagierten, beispielsweise auf den Selbstmord von Ulrike Meinhof oder die Ermordung von Arbeitgeberpräsident Schleyer.
( Bron : zur Vorstellung des Terrors)

Spiegel Online

de openbaring
gelezen: het kwaad; het drama van de vrijheid
door Rüdiger Safranski
De zwaarmoedigheid slaat bij de late Schelling om in ontzetting en verschrikking. Schellings late Philosophie der Offenbaring begint met de vertwijfeling. Hij zoekt een uitweg. Daarbij raakt hij ervan overtuigd dat de in de natuur en in de menselike geest wordende god niet het laatste woord is. Het duister, het gebrek aan zijn, wordt op die manier niet volkomen licht. Er bestaat geen verlossing die het menselijke denken op eigen houtje zou kunnen afdwingen. ( … )
Zo keert Schelling zich uiteindelijk af van de in de natuur en in de mens wordende god en richt hij zich op die andere god, die met manifeste openbaringen in de geschiedenis inbreekt. Rond de openbaringsgebeurtenissen hebben zich de wereldreligies uitgekristaliseerd. Bij de late Schelling maakt de continue wordingsgeschiedenis plaats voor een discontinue geschiedenis van epifanieën. Zulke epifanieën slaan als bliksemschichten in het menselijk bewustzijn in. Schelling zal de onderneming van zijn late periode positieve filosofie noemen, waarmee hij aangeeft dat de filosofie, als ze iets tot stand wil brengen, een spirituele voorgift nodig heeft. Het volstaat niet om alleen uit begrippen te putten. Filosofie is voor de late Schelling het nabeven van een openbaring.

Karl Vorländer : Geschichte der Philosophie : Schelling

vrijdag 18 februari 2005
gij zult niet doden
gezien: Dead Man Walking ( 1995 )
donderdagavond 17 februari 22.30 RTL 5
dead man walking
Een mens is meer waard dan zijn slechtste daad
Dead man walking is een onthutsende film. Dat de film aan het slot in wel erg christelijk vaarwater terechtkomt door de moordenaar tot inkeer te laten komen, zodat hij bevrijd van zijn zonden kan worden geëxecuteerd, schaadt de film enigszins, maar doet weinig afbreuk aan zijn intense, emotionele kracht. Hoewel Roberts in interviews benadrukt dat zijn film niet moet worden opgevat als een statement tegen de doodstraf, kan Dead man walking moeilijk op een andere manier worden geïnterpreteerd.

Dat de recensie in de filmkrant eindigt met de bovenstaande opmerking is jammer, want daarmee mist de recensent de boodschap van de film die juist 100% christelijk is: Hebt uw vijand lief; de omkering van de menselijke rechtvaardigheid die Christus ons getoond heeft door vrijwillig de doodstraf op Zich te nemen.
Enkel door een oprecht berouw kan de mens deze goddelijke vergevingsgezindheid (dus offerbereidheid ) geschonken worden.

de sjablonen van de doodstraffilm [ cinema.nl ]
reacties op Dead Man Walking [ moviemeter.nl ]

Het verraad aan de geest [ 2 ]
gelezen: Het kwaad, het drama van de vrijheid
door Rüdiger Safranski
De drooglegging van het Duitse idealisme had rond het midden van de negentiende eeuw de deur opengezet voor een robuuste vorm van materialisme. Brevieren van ontnuchtering werden destijds plotseling bestsellers. Een van die bloedeloze figuren schreef:
“Het is juist een bewijs van ( … ) aanmatiging en ijdelheid de kenbare wereld te willen verbeteren door een bovenzinnelijke wereld te verzinnen en de mens tot een boven de natuur verheven wezen te willen maken door hem een bovenzinnelijk element toe te kennen.”
het verraad aan de geest
Hoogstnodig was de veelbelovende nieuwe bescheidenheid: “Stel je tevreden met de gegeven wereld.”
Maar wat was een dergelijke gezindheid niet allemaal “gegegeven"! De wereld van het worden en het zijn - niets anders dan de werveling van moleculen en de omzetting van energieën. Fichtes “Ich” en Hegels “Geist” niets anders dan fantomen! De geest een functie van de hersenen. De gedachten verhouden zich tot de hersenen als de gal tot de lever en de urine tot de nieren.

wat is materialisme?

donderdag 17 februari 2005
‘martelaar van de wetenschap’

Mijn broer ploft neer op de bank en begint te vertellen over een boek dat hij aan het lezen is, Mendeleyev’s Dream van Paul Strathern. Het gaat over het avontuur van de natuurwetenschap en zijn uiteindelijke triomf in de negentiende eeuw. “Natuurlijk is het allemaal niet vanzelf gegaan", zegt hij “In de Renaissance waren er hevige protesten van de roomskatholieke kerk. Het proces tegen Galileo Galileï kent bijna iedereen. Maar heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van Giordano Bruno?” Ja, ik heb wel eens over hem gelezen, weet dat hij in Rome op de brandstapel gezet is, maar voor het overige moet ik mijn kennis even opfrissen.

Giordano Bruno
Giordano Bruno ( 1548 - 1600 )

Twee naslagwerken heb ik daarvoor in huis die allebei De Droom der Rede heten, het ene geschreven door C.I.Dessaur, het andere door Anthony Gottlieb. In het laatste boek valt mijn oog onmiddellijk op het volgende citaat:

Er is ( … ) één reusachtige uitgestrektheid die we gerust Leegte mogen noemen: daarin bevinden zich ontelbare bollen als de onze waarop wij leven en groeien; we verklaren deze ruimte voor oneindig. Want er is geen reden, noch een tekort aan gulheid van de kant van de natuur ( … ) die het bestaan van andere werelden in de ruimte belet.
uit : De l’ infinitivo universo e mundo van Giordano Bruno ( 1584 )

Gisteren citeerde ik op deze plaats Schopenhauer met exact dezelfde visie, maar dan in de pessimistische variant. Op het moment dat de mens de blik van God wil toeeigenen gaat het mis: of hij raakt in de roes van vooruitgangsgeloof (in zichzelf) of hij duizelt voor de afgrond van het mysterium tremens en verliest de grond onder zijn voeten. In het boek van C.I.Dessaur is van dit laatste helemaal niets te merken. Ze beschrijft Bruno als een moedige, mondige martelaar:

Bruno zag niets in de onmondige, machteloze mens zoals die werd gepropageerd door de kerkelijke dogmatiek. Door eigen innerlijke activiteit moet de mens tot inzicht en verlossing komen, met name via contemplatie. Langs deze weg ontdekt de mens dat de ogenschijnlijke pluraliteit van de aardewereld en de kosmos (Bruno voorzag een oneindig universum, met talloze bewoonde werelden) in wezen de manifestatie is van één principe dat alles verbindt. Het universum dat steeds weer wordt geschapen en herschapen, is een openbaring van het Ene, dat zich differentieert en vervolgens weer tot zichzelf terugkeert. De ‘weg omlaag’ is de weg van de scheppingswil die zich uit als een toenemende diversificatie. De ‘weg omhoog’ is de weg van de Ratio, van uit liefde geboren kennis, die leidt tot unificatie, tot her-eniging. Niets in het universum kan ooit worden vernietigd of verloren gaan. Er is alleen maar voortdurende verandering. Goed en kwaad zijn uiterst relatieve begrippen. Uiteindelijk is alles God, komt voort uit God en keert terug in God.
Zomin als de aarde zich voor Bruno bevindt in het middelpunt van het universum (er is geen statisch middelpunt, waar dan ook), zomin is er een statische norm voor goed en kwaad.

Na een goed gesprek met mijn broer sta ik in de wc oog in oog met de Filosofie Scheurkalender. Donderdag 17 februari; rechtsonder staan een paar filosofen die op deze dag aan hun eind zijn gekomen. Giordano Bruno is er één van. Hij kon op weinig genade van de roomskatholieke kerk rekenen: de genadedood door wurging werd hem onthouden. Men vond dat hij het verdiende levend verbrand te worden, samen met zijn ketterse opvattingen.

Giordano Bruno : Italiaanse dialogen

het verraad aan de geest [ 1 ]
gelezen: Het kwaad, het drama van de vrijheid
door Rüdiger Safranski
Volgens Schelling is de mens een notoire verrader van zijn hogere levensprincipe. Maar hij is dat niet door de natuur gedwongen, maar in vrijheid. “De mens is op de top geplaatst waar hij de bron van de beweging ten goede en ten kwade gelijkelijk in zich heeft: de band tussen de principes in hem is geen noodzakelijke, maar een vrije. Hij staat op de scheidslijn; wat hij ook kiest, het zal zijn daad zijn.”
De mens wordt een verrader van het universele, omdat de angst voor het leven hem uit zijn eigen centrum drijft. Maar het centrum is de geest van de liefde, het verterende vuur waarvan hij de verwarmende nabijheid zoekt en waarvoor hij tegelijk terugdeinst om niet te verbranden. De mens zoekt de periferie van zijn wezen, hij is een excentrisch wezen, Het mijden van het centrum is het verraad aan de geest.
Die perversie is bij Schelling de boven het louter morele uitgaande grondstructuur van het kwaad, en hij duidt daarmee op het schandaal dat het Christelijke denken de zonde tegen de Heilige Geest noemt. Alleen is “de heilige geest” waartegen de mens zondigt zijn eigen geestelijke wezenscentrum. De mens is het metafysische dier, en als hij probeert dat af te leren, verraadt hij zijn eigen geestelijke natuur.
De late Schelling moest halverwege de negentiende eeuw dat verraad aan de geest, die verdrijving van de geest uit het veld van het weten, nog zelf meemaken. Hij wordt getuige van de triomf van de naturalistische en materialistische wetenschappen. Een kwade geschiedenis.

Safranski: het kwaad; het drama van de vrijheid

woensdag 16 februari 2005
kan ik dat echt? [ 3 ]
gelezen: hoeveel globalisering verdraagt de mens?
door Rüdiger Safranski
Het transcenderende dier, de mens, geniet van de trotse distantie waarmee hij het geheel overziet; het geeft hem het gevoel goddelijk te zijn. Tegelijk merkt hij dat hij weliswaar buiten zichzelf kan treden, maar toch niet uit de dierenwereld kan stappen: hij behoort die wereld toe. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen een god die het geheel overziet en een dier dat tot het geheel behoort.
Maar wat is het geheel? Schopenhauer heeft het zo gezien:
“In de oneindige ruimte talloze lichtende bollen, met om iedere bol in hun baan telkens een duizendtal kleinere belichte bollen die, van binnen heet, met een gestolde koude korst overdekt zijn, waarop een schimmellaag levende en kennende wezens heeft voortgebracht.”
Dat is een globale zelfwaarneming van de mens die nauwelijks nog van een depressie te onderscheiden valt: het kennende leven ontdekt zichzelf als een schimmellaag op een afgekoelde planeet.
melkweg
Als de rede een dergelijke blik op het geheel kan werpen, roept dat de verdenking op dat je met zo’ n rede weleens geplaagd kon zijn als betrof het een ziekte. Is redelijkheid niet teveel gevraagd? Zijn we niet juist zulke “gebrekkige wezens” omdat we op een te weidse en verre horizon, te weten op het genoemde globale kunnen uitzien? Is onze rijkdom aan kennis en perspectieven niet ook onze zwakte?

Hoeveel globalisering verdraagt de mens?

dinsdag 15 februari 2005
kan ik dat echt? [ 2 ]
gelezen: jezelf aanvaarden, durven leven vanuit geloof
door Romano Guardini
Wie werkelijk nadenkt, moet leren door de schijn van de vanzelfsprekendheid heen te dringen en in de diepte te duiken die daaronder verscholen ligt.
Laten we een waarheid van die aard onder ogen zien - die waarheid namelijk die ons het meest raakt: dat ik degene ben die ik nu eenmaal ben - dat ieder van ons zichzelf is.
We drukken deze waarheid uit met de zin: “Ik ben voor mijzelf datgene wat zonder meer gegeven is.” Ik ben datgene waarvan het voor mij zonder meer vanzelfsprekend is dat het bestaat; dat de voorwaarde vormt voor de rest; datgene waarop ik alles betrek en van waaruit ik alles benader.
Inderdaad, bij alles veronderstel ik mezelf al. Elke uitspraak die ik doe, bevat het woord “ik", of het nu duidelijk uitgesproken wordt of in de uitspraak is inbegrepen. Elke daad die ik stel, wordt door “mij” gedragen. Wat er in mijn leven gebeurt, raakt “mij". Ik ben er altijd bij: direct, door direct te handelen, iemand te ontmoeten of ergens invloed op uit te oefenen - of indirect doordat “mijn” omgeving, “mijn” land, “mijn” wereld daarbij betrokken is.
Ik kan mij daarbij steeds verder van mijn directe ik verwijderen. Er werd gesproken van een “omgeving", “land", “wereld", maar dit houdt altijd verband met mij: het gaat over de omgeving die mij omringt, het land waarin ik woon, de wereld tot dewelke ik behoor. Ik kan proberen boven mijzelf uit te stijgen en over dingen te spreken alsof ik niet bestond. Dat is uitstekend: een oefening van de geest om bekwaam te worden zichzelf buiten beschouwing te laten. De verbinding blijft niettemin bestaan, want steeds weer ben ik het toch die probeer op die manier boven mijzelf uit te stijgen - nog helemaal afgezien van het feit dat ik mezelf daarbij toch meeneem en dat elke blik die ik op iets richt, hoe eenvoudig hij ook is, mezelf bevat.

Romano GuardiniIn dit opmerkelijke boekje stelt Romano Guardini de vraag naar de oorsprong, het begin van de mens, niet historisch, maar existentieel. En hij ontdekt: ik ben er, ik heb mijn leven van ergens anders ontvangen. Dat houdt een enorme opgave in: te aanvaarden dat ik er ben, dat ik ben zoals ik ben, en dat ik een bedoeling heb. Op zeer indringende wijze spreekt Guardini daarbij over de angst die een mens kan overvallen, wanneer hij voor de vraag naar de aanvaarding van zijn bestaan staat.

Romano Guardini ( 1885 - 1968 )

maandag 14 februari 2005
kan ik dat echt? [ 1 ]
gelezen: de dood van Socrates
uit: Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? door Rüdiger Safranski
Wij zijn wezens die niet alleen sterven, net als andere wezens, maar die ook weten dat ze zullen sterven. Aan ons leven is niet alleen een grens gesteld, maar wij kennen die grens ook.
 
Ik kan alleen inzien dat aan mijn leven een grens is gesteld als ik dat wat mij begrenst tegelijk op een of andere manier te boven ben. Ik moet mijn einde dus altijd al hebben getranscendendeerd, wil ik het kunnen overdenken. Ik kan me mijn lichaam voorstellen - als lijk. Ik kan me mijn begrafenis voorstellen, het verdriet van de nabestaanden die mij overleven. Ik kan me het feit dat de hele wereld mij zal overleven voorstellen. Na mijn dood zal alles verder gaan, zoals alles ook al voor mijn geboorte is begonnen.
 
Zoals ik me een verzameling mensen kan voorstellen waar ik niet bij ben, zo kan ik mij ook een leven voorstellen dat verder gaat zonder dat ik erbij ben.
 
Ik kan mij een wereld zonder mij voorstellen.
Ik kan mijzelf wegdenken.
Kan ik dat echt?

bespreking van Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?

zondag 13 februari 2005
papa
gelezen: interview met Stef Bos in Trouw
Ik schreef ‘Papa’, een liefdeslied voor mijn vader, toen bij hem kanker werd geconstateerd. Natuurlijk, ik heb mijn vader niet altijd zo’n fantastische man gevonden, maar ik heb leren zien wat hij bedoelde. Ik heb me niet goedkoop af willen zetten, ik heb iets willen toevoegen aan wat hij mij heeft meegegeven. Dat heeft hem, uiteindelijk, ook milder gemaakt. Inmiddels zijn er twintig jaren voorbijgegaan. Mijn vader heeft de ziekte overleefd. We zien elkaar vaak en ik vraag hem het hemd van het lijf over vroeger. Ons ‘boek’ is al af; het is een prachtig verhaal geworden. In iedere nieuwe tournee laat ik Veenendaal opnemen -daar woont hij nog steeds- en dan zing ik, speciaal voor hem. Er is, zeker sinds de dood van mijn moeder in 1998, veel in hem veranderd. Ook zij bleek kanker te hebben, maar in haar geval was er niets meer aan te doen. Dat kankerproces… ach jongen, je wordt geestelijk en lichamelijk afgepeld. Daar ga je tegen in, of je laat je gaan -zoals mijn moeder heeft gedaan. Ik zie nog hoe mijn vader erbij zat, heel Gereformeerd: ‘We zijn blij met elke dag die God ons nog geeft’. ‘Nee’, zeiden wij, ‘niet van die vrome teksten pa, je moet haar vastpakken. Hou haar vast!’ Hier moest zijn geloof van vlees en bloed worden. Nu moest de Bijbel gaan léven. Hij heeft dat ingezien en het heeft een ongelooflijke uitwerking gehad. Je kunt hem zijn geloof niet afnemen, maar hij staat, op zijn 83ste, helemaal open voor wat er om hem heen gebeurt.

lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]

mama
gelezen: interview met Stef Bos in Trouw
De manier waarop mijn moeder is gestorven, heeft voor mij het afscheid aanvaardbaar gemaakt. Zij, de vrouw die ons het leven heeft gegeven, heeft ons voorgedaan hoe je dood moet gaan. Dat vind ik het grootste cadeau dat ik ooit heb gekregen. Ja, ze stierf in de Heer. Ze had altijd heel erg veel van haar vader gehouden en ze was ervan overtuigd dat ze hem in de hemel terug zou zien. Dat zei ze ook: ‘Nu ga ik eindelijk terug naar waar ik vandaan kom’. Vlak voor ze stierf stond ze toe dat mijn zus en ik haar masseerden. Dat was een ongelooflijk mooi moment. Ze was altijd zo zorgzaam voor ons geweest -’Gaat het goed met je jongen?’ ‘Eet je wel genoeg?’- en nu liet ze alles los, ze gaf zich helemaal over. Daarna… het spijt me, maar dit emotioneert mij nog altijd… daarna vroeg ze of we haar alleen wilden laten. ‘Ik kan van alles en iedereen afscheid nemen’, zei ze, ‘behalve van mijn kinderen’. Toen ze was gestorven hebben wij, mijn broer, mijn zus en ik, haar gewassen en haar haren gekamd. Het was het begin van een afscheid, van een rouwproces. Ik heb ook voor haar een liedje geschreven. Het heet ‘Verstild in steen’. Het gaat natuurlijk allang niet meer alleen over haar. Het is geen ’sentimentele flauwekul’, zoals sommige critici beweerden. Het is een metafoor, net zoals het liedje ‘Papa’. Het gaat over een gevoel dat verder gaat dan die ene relatie, verder ook dan welk geloof in God dan ook. Het gaat over oergevoelens, over iets dierlijks haast. Het is een poging onder ogen te zien dat er een einde komt aan alle dingen. Maar nu komt de paradox: zodra je aanvaardt dat het leven eindig is, zul je merken dat het nooit voorbijgaat; dat de verbinding altijd blijft bestaan.'’

lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]

zaterdag 12 februari 2005
verstrikt in de waarheid, kan dat?
“Het kwam veeleer doordat de mensen in hun bewustzijn geen ruimte wilden vrijmaken voor een dergelijke onvoorstelbare verschrikking. Ze bezaten noch de verbeeldingskracht, noch de moed die verschrikking onder ogen te zien. Het blijkt mogelijk te zijn om te leven in het schemergebied tussen kennen en ontkennen.”
W.A. Visser ‘t Hooft, Memoirs
Londen 1973

Dit is het motto van het boek “Albert Speer: verstrikt in de waarheid” geschreven door Gitta Sereny.

Interessant boek. Albert Speer is een van de weinigen die de dans ontsprongen bij de Neurenberger processen tegen Nazi-misdadigers, hij werd ’slechts’ veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf. In de gevangenis is hij boeken gaan schrijven, waarin hij tot een soort gewetensonderzoek kwam. In die zin is was hij beter dan de meeste andere nazis : hij gaf toe dat hij ‘fout’ geweest was. Echter, hij is, ondanks dat de ‘feiten’ hebben ‘aangetoond’ dat hij wel op de hoogte geweest moést zijn van de Holocaust, blijven ontkennen dat hij hier iets van wist .

Nietzsche heeft de vraag gesteld “hoeveel waarheid verdraagt de mens".

Blijkbaar zit er in mensen, zie Albert Speer, een mechanisme, dat er voor zorgt dat we ‘bepaalde waarheden’ over onszelf, niet onder ogen krijgen, er is iets dat zich hardnekkig verzet.

Dit mechanisme beschermt ons, zou je kunnen zeggen, tegen die waarheden die we niet aankunnen.

Behoort dit mechanisme tot het Goede ( bijvoorbeeld omdat het ons dan pas met waarheden confronteert, op het moment dat we het aankunnen) of tot het Kwade( bijvoorbeeld omdat het ons afhoudt van de waarheden die we, hoe verschrikkelijk ze ook zijn ,
nodig hebben om tot onszelf te komen.

gepost door Kees Straks

Reactie Woest & Vredig
De vraagstelling blijft enerzijds gesteld binnen het relativisme, omdat er over waarheden gesproken wordt. Aan de andere kant veronderstelt de vraag juist het Goede en het Kwade met een hoofdletter. De vraag zou consistenter zijn als gesproken zou worden over de Waarheid i.p.v. waarheden. In dat geval lijkt het mij dat elke gedachte die mij afhoudt van de Waarheid nooit uit het Goede kan voortkomen. Het Goede wil dat we tot de Waarheid komen en niet dat we gevangen raken in deelwaarheden. Een deelwaarheid die grote macht uitoefent, is bijvoorbeeld de opvatting dat de Waarheid uit stukjes (van de Waarheid) zou bestaan. Of de gedachte dat elk mens en elke tijd zijn eigen waarheid heeft.

Het Goede openbaart mij persoonlijk dat er één ongedeelde Waarheid bestaat. Dat is voor de achterdochtige postmoderne mens een levensgevaarlijke uitspraak. Maar ik weet het zeker: ook al hebben wij in deze gebroken wereld de neiging ons te laten misleiden door stukjes van de waarheid, we kunnen nog altijd de ongebroken Waarheid (her)kennen, mits we daarbij het hart gebruiken. Vanuit mijn verstand kan ik hoogstens een relativistisch standpunt innemen of juist een absolute waarheid liegen.

vrijdag 11 februari 2005
neonazi’s kapen herdenking

Woensdag schreef ik over het drama van Dresden. Vandaag staat er in Trouw een artikel over de herdenking aanstaande zondag. Dan is het precies zestig jaar geleden dat het Florence aan de Elbe door geallieerde bommenwerpers in de as werd gelegd. De herdenking zou misbruikt worden door de extreme NPD die aandacht wil voor de bommenholocaust .

Veel overlevenden van het bombardement winden zich op over het politiek misbruik van de herdenking. ,,Unbelehrbare Nazis'’ - onverbeterlijke nazi’s, noemt Helmut Meier (87) de NPD’ers. Meier maakte de bombardementen in een gespaarde buitenwijk van Dresden mee. De aanblik van de stad op 14 februari zal hij nooit vergeten. ,,Stapels lijken, mensen waren gekrompen, tot het formaat van varkens. In de stad hing de stank van verrotting.'’
De lijken werden verbrand - snel, om epidemieën te voorkomen, en ongeïdentificeerd. Net als veel overlevenden is Meier overtuigd dat er veel meer mensen zijn omgekomen dan het algemeen gehanteerde aantal van 35000. ,,Een vriend van mij die werkte bij het Wehrmacht-commando van Dresden, moest aan het hoofdkwartier van de Führer melden dat er 120000 doden waren.'’
Anders dan de ‘anti-fascisten’ schrikt Meier er niet voor terug om de bombardementen een ‘misdaad’ te noemen. Maar anders dan de NPD’ers heeft hij geen behoefte om verontschuldigingen te eisen. ,,Wij hebben geen recht om ons te beklagen. Wij zijn met dit soort krijgsmethoden begonnen. Dat de Britse koningin Elizabeth vorig jaar een bezoek bracht aan de Frauenkirche, was genoeg.'’

neonazi’s kapen herdenking Dresden [ Trouw online ]

donderdag 10 februari 2005
fout!
Wat niet goed is wordt niet langer kwaad genoemd, want dat klinkt te abstract, te moralistisch, het riekt naar metafysica. ‘Wat dat betreft zijn we allemaal enorme relativisten, ervan doordrongen dat dit subjectieve waarden zijn, voor jou weer anders dan voor mij. Dat erken ik ook wel, maar ik denk alleen dat onze morele begrippen afglijden. Wat niet goed is, wordt tegenwoordig ‘fout’ genoemd. Dat is een devaluatie van het begrip goedheid. ‘Fout’ klinkt zoveel milder dan ‘kwaad’ of ’slecht’. Het woord is ook verbonden met het uiterlijk: we hebben het over ‘een fout pak’. De term wekt de suggestie dat een morele categorie te maken heeft met imago, dat er iets te herstellen valt met een jasje dat beter afkleedt. Die vervlakking van begrippen komt ook door de snelheid waarmee we oordelen.
Schrijfster Désanne van Brederode in Filosofie Magazine

Met het wegvallen van de christelijke religie als bindend normen en waardensysteem zijn in onze postmoderne tijd de begrippen ‘goed’ en ‘kwaad’ problematisch geworden. Vaak wordt het denken in de tegenstelling goed en kwaad gelijkgeschakeld met denken in zwart en wit. Dat is een al te gemakzuchtige visie. Denken in termen van goed en kwaad kan ongenuanceerd zijn, maar niet denken in termen van goed en kwaad kan ook ongenuanceerd zijn. Je komt de grijzen pas tegen als je licht en donker wilt waarnemen.

De visie die denken in termen van goed en kwaad verwerpt, wordt voortgebracht door een verkrampt relativisme waarin ‘goed’ en ‘kwaad’ per definitie inwisselbaar moeten zijn. Het enige absolute kwaad dat dit verkrampte relativisme nog toelaat, is het gezicht van fascisme en rascisme. Decennialang kon je alleen door deze woorden te gebruiken een (politieke) tegenstander demoniseren en elk serieus debat lamleggen.

Relativisme is een (beschermings)mechanisme om ons te behoeden voor totalitair denken. We moeten ons geestelijke onderscheidingsvermogen ontwikkelen door het waarnemen van de grijzen om ons heen. Maar het clair-obscur van goed en kwaad hebben we uiteindelijk wel nodig om die grijzen te kunnen waarnemen. Vanuit onszelf zijn we niet in staat een ethiek te ontwikkelen, want ons bestaan wordt ons geopenbaard in een morele dimensie, in een clair-obscur van goed en kwaad denken en handelen.

Een relativisme dat zich hiervoor afsluit, brengt ons helemaal niet bij de nuance, maar maakt ons juist geestelijk blind. Vergelijk het met een virus dat het verdedigingssysteem van het lichaam aanvalt. Wanneer dit eenmaal gesaboteerd is, kan een verkoudheid al fataal worden. Wanneer we onszelf door een krampachtig relativisme laten opleggen dat denken in termen van goed en kwaad verkeerd is, dan verdedigen we onze ziel niet goed en kunnen er vervolgens allerlei gedachten binnendringen die onze ziel schaden. Bovendien hebben we dan geen geestelijk kompas meer in huis om richting te kiezen in de morele dimensie van ons bestaan.

woensdag 9 februari 2005
het drama van dresden
gezien: Das drama von Dresden
ZDF, dinsdagavond 8 februari 20.15 - 21.45

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 maakten geallieerde bombardementen een einde aan het Florence aan de Elbe en de levens van tienduizenden onschuldige burgers. De ZDF schonk gisterenavond in een anderhalf uur durende documentaire aandacht aan deze geallieerde bommenterreur. Mijn vader was 13 jaar en herinnert zich nog precies dat de Engelsen en Amerikanen in het voorjaar van 1945 ongehinderd af en aan vlogen naar Duitsland. Met schaamte weet hij dat er toen in Nederland overal geroepen werd dat ze Duitsland ‘maar helemaal plat’ moesten gooien.

De geschiedenis is onze blik op de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen. Na zich meer dan een halve eeuw in het stof gewenteld te hebben, komen de Duitsers nu pas toe aan het verwerken van het eigen oorlogstrauma. Dresden is het symbool geworden van een oorlog waarin de bondgenoot ook oorlogsmisdadiger kon zijn en de vijand ook slachtoffer. Mahatma Ghandi zei vlak voor zijn dood al dat men in Dresden en Hiroshima Hitler met Hitler bestreden heeft.

In zijn besteller In Europa schrijft Geert Mak dat er nog steeds geen betrouwbare cijfers zijn over het bombardement op Dresden:

Met weinig cijfers is de laatste halve eeuw zo gemanipuleerd als met het dodental van het bombardement op Dresden. In 1945 en 1946 sprak het lokale dagblad Die Sächsische Zeitung nog over ongeveer 25.000 slachtoffers, maar na het uitbreken van de koude oorlog - Dresden lag inmiddels in de DDR - begonnen getallen van 100.000 of meer de ronde te doen. Al in 1950 sprak een resolutie van kameraden-arbeiders uit Freiburg over de moord op 320.000 burgers van Dresden, onder wie 150.000 vluchtelingen, een ‘misdaad’ tegen de menselijkheid, begaan jegens weerloze vrouwen en kinderen, die wij de Amerikanen niet zullen vergeven.’ Het motto van de toenmalige DDR-herdenking luidde: “Amerikaanse bommenwerpers verwoestten Dresden - met hulp van de Sovjet-Unie bouwen wij de stad weer op!’
Vanaf 1960 werd de schuld van het bombardement vooral bij e fascisten gelegd, die, in de visie van de DDR, hun thuishaven hadden gevonden in het nieuwe West-Duitsland. Het dodental werd vier jaar later door de historicus David Irving en anderen ‘wetenschappelijk’ vastgesteld op 135.000, waarmee het aantal slachtoffers in Dresden min of meer gelijkgesteld kon worden aan dat van Hiroshima of Nagasaki.

Op de MDR website wordt in een special over de herbouw van de Frauenkirche in Dresden, gesproken over 35.000 slachtoffers. In oktober dit jaar verwacht men dat de Frauenkirche weer gewijd zal worden. Bovenop de koepel staat inmiddels een kruis dat in Engeland is ingezameld en door de zoon van een RAF-piloot is vervaardigd.

Die britische Förderinitiative hatte seit 1994 rund 750.000 Euro für den Wiederaufbau der “Steinernen Kuppel” gesammelt. Mit dem Geld finanzierte sie auch die originalgetreue Nachbildung des Kuppelkreuzes. Angefertigt wurde das 7,60 Meter hohe Strahlenkreuz unter Leitung eines britischen Silberschmiedes. Sein Vater hatte als Pilot am 13. Februar 1945 den verheerenden anglo-amerikanischen Luftangriff auf die Elbestadt mitgeflogen. Rund 35.000 Dresdner und Flüchtlinge kamen ums Leben. Die Frauenkirche wurde schwer beschädigt und stürzte ein.

Wiederaufbau der Frauenkirche zu Dresden

dinsdag 8 februari 2005
blik in de afgrond

Nog steeds ben ik aan het lezen in Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? In het derde hoofdstuk over Nietzsche beschrijft Rüdiger Safranski hoe en waarom Nietzsche definitief met alle metafysica wil afrekenen. Het begint met zijn eerste kennismaking met de filosofie van Schopenhauer:

In 1866, inmiddels student klassieke talen in Leipzig, heeft Nietzsche zijn Schopenhauer-belevenis. Bij Schopenhauer leert hij wat het betekent echt met alle voorstellingen van een aan gene zijde en alle transcendentie af te rekenen: het betekent het leven de waarde van het heilige, die rest religiositeit te ontnemen. De wereld is ‘wil’, een oneindig begeren, een opvreten en opgevreten worden, van elke zin ontdaan. Alleen onze ‘voorstellingen’ projecteren ‘zin’ in die wederwaardigheden. Voor de illusieloze blik van Schopenhauer kunnen die projecties geen stand houden. Met de surrogaatgoden, die het aardse leven moeten heiligen, wordt korte metten gemaakt. Wat overblijft is de afgrond van een wereldwil die door ons heen gaat en die geen hoger doel, geen zin kent, maar alleen zichzelf wil, zinloos en doelloos, niettemin machtig, zelf oppermachtig.”

SchopenhauerMet Schopenhauer heeft Nietzsche in het leven de donkere afgrond in het oog gekregen en is pessimist geworden. Maar hij wil ook Schopenhauer overtreffen. Hij wil iets paradoxaals: hij wil het onverdraagelijke leven in een oneindige hartstocht omzetten, zonder in een aan gene zijde te vluchten, ook niet in het aan gene zijde van de negatie. De formulering voor deze houding luidt: dionysisch pessimisme.

“We moeten inzien hoe alles wat ontstaat, bereid moet zijn om smartelijk ten onder te gaan, we worden gedwongen een blik te werpen in de verschrikkingen van het individuele bestaan- maar van een schrik verstarren doen we niet, want een metafysische troost rukt ons kortstondig weg uit het gewoel van vluchtige gestalten. Voor enkele ogenblikken zijn we werkelijk het oerwezen zelf en voelen diens tomeloze bestaansdorst en bestaanslust; de strijd, de kwelling, de vernietiging van de verschijnselen dunkt ons nu noodzakelijk, gezien de overdaad van ontelbare, naar het leven snakkende en elkaar verdringende bestaansvormen bij de overweldigende vruchtbaarheid van de wereldwil; we worden door de helse stekel van deze kwellingen doorboord, en op hetzelfde moment voelen we ons als het ware één met de onmetelijke oerlust in het bestaan en worden we de onverwoestbaarheid en eeuwigheid van deze lust in dionysische vervoering gewaar. Ondanks vrees en medelijden zijn we de gelukkig-levenden, niet als individuen, maar als het ene levende, met de voortplantingslust waarvan we versmolten zijn.”
uit: Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik

Wee de mens die boven alles stoer en sterk wil zijn.

Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik
The birth of Tragedy [ integrale tekst in Engelse vertaling ]

maandag 7 februari 2005
zonder titel

zondag 6 februari 2005
zonder titel

zaterdag 5 februari 2005
zonder titel

vrijdag 4 februari 2005
zonder titel

donderdag 3 februari 2005
weltschmerz

In het tweede hoofdstuk van Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? schrijft Rüdiger Safranski hoe Heinrich von Kleist, in navolging van Rousseau, zich radicaal wil terugtrekken uit de buitenwereld:

( … ) Zich terugtrekken in Zwitserland was als een radicale kuur bedoeld. Hij wilde leren om ‘weinig voor te stellen’. Maar die leeropdracht is te zwaar. Tijdens zijn poging om zich van de maatschappelijke buitenwereld los te rukken, merkt hij hoe diep die in hem zit. De ambitie om daar in de buitenwereld iemand te zijn, laat hem niet los. Daardoor blijft hij ook op die afgelegen plek verstrikt in de maatschappij met haar concurrentie en geldingsdrang.
Hij verdraagt het niet dat de familie hem als een mislukkeling beschouwt. Hij heeft zich voor de vaak afkeurende blikken van anderen willen verbergen; maar hij wil niet in het verborgene blijven. Er moet een moment komen waarop hij stralend te voorschijn komt: als triomfator, als overwinnaar. ( … )
Kleist
Heinrich von Kleist (1777 - 1811) Op 20 november 1811 pleegt Kleist samen met Henriette Vogel zelfmoord aan de oever van de kleine Wannsee bij Potsdam.

Biographie Heinrich von Kleist

woensdag 2 februari 2005
vrijheid blijheid

Nog steeds door griep aan bed gekluisterd, maar gelukkig kan ik nu weer wat lezen. Op mijn nachtkastje ligt nog steeds Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? van Rüdiger Safranski en daarin staat in het hoofdstukje over Jean-Jacques Rousseau het volgende over de vrijheid:

De(ze) onmiddellijkheid van het gevoel wordt uitgedaagd door de totaal andere onmiddellijkheid van de vrijheid. Vrijheid is spontaniteit, wil. Rousseau laat zien welke geheimen en onafzienbare werelden ook in die dimensie van ons innerlijk schuilgaan. Inderdaad, “schuilgaan"; want evenals voor het gevoel geldt ook voor de vrijheid dat je haar eerst weer in jezelf moet ontdekken, de weg erheen moet terugvinden. Vrijheid is het vermogen om elk ogenblik opnieuw te kunnen beginnen. Ook al kan ik achteraf een uiterlijke oorzakelijkheid verantwoordelijk stellen voor wat ik nu doe, dat verandert niets aan het feit dat de situatie nu open is en ik in vrijheid een besluit kan en moet nemen. Het moge zo zijn dat er met elke vrije handeling een nieuwe causale reeks van oorzaken en gevolgen begint, maar het is ook zeker dat met elke handeling uit vrijheid een causale reeks wordt afgebroken.
Jean-Jacques Rousseau
Vrijheid, blijheid; het straalt van dit feelgood portret af. Maar de tragiek van Rousseau is dat hij steeds meer in zichzelf keerde en tenslotte stierf als een ziekelijk achterdochtige en eenzame man.

Vanuit deze innerlijke vrijheid heeft een ziekbed geen beperkingen meer, maar krijgt het plotseling onafzienbare mogelijkheden. Het alledaagse vrijheidsbegrip versmalt zich meestal tot de opvatting “kunnen doen waar je zin in hebt". Maar misschien ligt het ook wel aan de Nederlandse taal. Het Russisch kent bijvoorbeeld twee woorden voor vrijheid, om oppervlakkige en diepgevoelde vrijheid van elkaar te kunnen onderscheiden.

Wie was Jean-Jacques Rousseau?

dinsdag 1 februari 2005
geveld door de griep…

…en niet in staat iets t

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie