
Andries Knevel over The Passion of Christ
in De Tien Geboden in Trouw

Vandaag wordt in de Orthodoxe Kerk de tweede zondag van de voorvasten gevierd, de Zondag van de Verloren Zoon. In de Vigilie voorafgaand aan deze Zondag wordt volgens de Traditie van de Kerk Psalm 136 gezongen: aan Babylons stromen. Hierin wordt niet alleen gedacht aan de Babylonische ballingschap van het volk Israel in de zesde eeuw voor Christus, maar vooral aan onze eigen ballingschap uit het Paradijs.
De wereld waarin we leven wordt steeds verleidelijker en er is niemand die niet op een of andere manier in haar verstrikt is. Maar toch weten gelovigen dat deze wereld niet de plek is waar we thuishoren en verlangen we, evenals de verloren zoon, naar onze terugkeer. Zonder berouw is die terugkeer onmogelijk. Dat is de diepe betekenis van de vastentijd: tijd van inkeer, tijd van berouw over onze zonden en vooral terugkeer: op weg naar het grote Feest van de Opstanding.

Bijbelse kunst: De terugkeer van de verloren zoon
Kerkelijke kalender 2005 [ Orthodoxe Parochie Amsterdam ]
11:12:05 The New Phoenix - Give To Me Your Love
11:09:32 Buffalo Springfield - Down Down Down
11:07:11 Fantastic Zoo - Light Show
11:03:40 Jefferson Airplane - Young Girl Sunday Blues
11:00:36 Blood, Sweat & Tears - House In The Country
10:58:06 The Loreys - Goin’ Downtown
10:57:48 Acid Talk - Psychedelic Circus
10:54:14 Electric Banana - Blow Your Mind
10:52:52 The Moody Blues - Eyes Of A Child II
10:50:29 Mystery Clock - Time Marches On
10:47:09 The Who - Disguises
10:43:51 Jeff Beck - Shapes Of Things
10:40:58 The Action - Icarus
10:37:55 The Creation - For All That I Am
10:25:40 Pink Floyd - The Narrow Way
Bij de tijdschriften werd mijn blik opgezogen door het woord PSYCHEDELIC! in circusletters op de cover van een onbekend magazine. How Hendrix, The Beatles & Pink Floyd turned on stond er onder. Ik was al bijna verkocht. Dus eerst maar eens bladeren. De psychedelische layout en typografie zogen mij verder… Tijdlijnen van 1965, 1966, enz… Daar ben ik erg gevoelig voor. Ik plaats mijzelf altijd in de geschiedenis als een reiziger die telkens weer naar de kaart zit te turen. En ik ben vertrouwd met de paradox dat ik mij daardoor juist steeds meer tegenover de geschiedenis ga bevinden.
De sixties zijn voor mij verstrengeld met de jaren die mij voor altijd doen herinneren aan de tijd dat ik nog een kind was, een wezen dat niet reflectief tegenover de wereld stond. Ooit kon ik gewoon simpel zijn kort aangelijnd aan de pin van het ogenblik, zoals Nietzsche schrijft in zijn beschouwing over het geluk van het dier. Ik zie mijzelf als kleuter door mijn ouders gedocumenteerd op vierkante zwartwitfoto’s met een gekarteld randje. Die beelden vermengen zich met de bonte foto’s van vrije en blije bloemenkinderen in het Mojo magazine. Maar ik ben geen kind meer en ik ken de keerzijde: massaal zochten ze het verloren paradijs, maar namen de verkeerde weg en velen belandden in de hel van de drugs.
“Vertel me eens over de sixties, hoe ze echt waren…", kwijlt het retrohippiemeisje uit de jaren negentig tegen Peter Fonda in the Limey van Soderbergh. De vadsige vijftiger geeft een kort antwoord. “De sixties duurden eigenlijk maar een jaar, 1966 of beter gezegd maar een halfjaar. Stel je een land voor waar je nog nooit geweest bent en waar je geen kaart van hebt, maar alles wat je er tegenkomt, is je ten diepste vertrouwd. Dat waren de sixties.”
Neverland, (hoeveel psychedelische bands en albums droegen die naam?) een lokatie zonder coordinaten in tijd en ruimte, een bewustzijnsstaat, net als het verloren paradijs. Maar er is één groot verschil tussen Neverland, mijn jeugd en het verloren paradijs: Aan Neverland en mijn jeugd heb ik herinneringen, maar naar het verloren paradijs kijk ik reikhalzend uit als naar een land waar ik nog nooit geweest ben en waar gelukkig geen kaarten van bestaan.
Psychedelische webradio: technicolor web of sound
week van de jaren zestig [ Radio 2 ]
Gelukkig zijn niet alle vrouwen Nietzscheaans.
Gisteren viel de nieuwe Filosofie Magazine op de mat. Het magazine en de website zijn beiden gerestyled. Het is wennen. Mooie chique vormgeving , maar in typografisch jargon is de tekst te blond: Een ultralichte schreefloze letter en te brede interlinie maakt de platte tekst niet erg leesbaar. Hopelijk ziet de redactie dit op tijd in en krijgen we in een volgende nummer weer beter leesbare teksten. Opvallend is de nieuwe werving, doet me denken aan een oude bekende van mij die er voor pleitte alles enerzijds,anderzijds te beschouwen, ook en vooral als het om de persoon van Adolf Hitler ging…




Sergei Bulgakov werd geboren in 1871 in Livny (ongeveer 400 km. ten zuiden van Moskou) in een Russisch-Orthodoxe familie waarvan zeker vijf generaties een kerkelijk ambt bekleden als priester. Toen hij een jaar of vijftien was, verloor hij zijn geloof om in de jaren ‘90 van de 19e eeuw een van de meest belovende Russische marxisten te worden. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Moskou. Tijdens een studieverblijf in Berlijn ( 1898 - 1899 ) raakte hij na tal van ontmoetingen met vooraanstaande Duitse socialisten teleurgesteld in de praktijk van het marxisme. ( … )Bulgakov : Denker und Diener der göttlichen Weisheit
Sergej Bulgakov Society



Dat de recensie in de filmkrant eindigt met de bovenstaande opmerking is jammer, want daarmee mist de recensent de boodschap van de film die juist 100% christelijk is: Hebt uw vijand lief; de omkering van de menselijke rechtvaardigheid die Christus ons getoond heeft door vrijwillig de doodstraf op Zich te nemen.
Enkel door een oprecht berouw kan de mens deze goddelijke vergevingsgezindheid (dus offerbereidheid ) geschonken worden.
de sjablonen van de doodstraffilm [ cinema.nl ]
reacties op Dead Man Walking [ moviemeter.nl ]

Mijn broer ploft neer op de bank en begint te vertellen over een boek dat hij aan het lezen is, Mendeleyev’s Dream van Paul Strathern. Het gaat over het avontuur van de natuurwetenschap en zijn uiteindelijke triomf in de negentiende eeuw. “Natuurlijk is het allemaal niet vanzelf gegaan", zegt hij “In de Renaissance waren er hevige protesten van de roomskatholieke kerk. Het proces tegen Galileo Galileï kent bijna iedereen. Maar heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van Giordano Bruno?” Ja, ik heb wel eens over hem gelezen, weet dat hij in Rome op de brandstapel gezet is, maar voor het overige moet ik mijn kennis even opfrissen.

Twee naslagwerken heb ik daarvoor in huis die allebei De Droom der Rede heten, het ene geschreven door C.I.Dessaur, het andere door Anthony Gottlieb. In het laatste boek valt mijn oog onmiddellijk op het volgende citaat:
Gisteren citeerde ik op deze plaats Schopenhauer met exact dezelfde visie, maar dan in de pessimistische variant. Op het moment dat de mens de blik van God wil toeeigenen gaat het mis: of hij raakt in de roes van vooruitgangsgeloof (in zichzelf) of hij duizelt voor de afgrond van het mysterium tremens en verliest de grond onder zijn voeten. In het boek van C.I.Dessaur is van dit laatste helemaal niets te merken. Ze beschrijft Bruno als een moedige, mondige martelaar:
Na een goed gesprek met mijn broer sta ik in de wc oog in oog met de Filosofie Scheurkalender. Donderdag 17 februari; rechtsonder staan een paar filosofen die op deze dag aan hun eind zijn gekomen. Giordano Bruno is er één van. Hij kon op weinig genade van de roomskatholieke kerk rekenen: de genadedood door wurging werd hem onthouden. Men vond dat hij het verdiende levend verbrand te worden, samen met zijn ketterse opvattingen.

In dit opmerkelijke boekje stelt Romano Guardini de vraag naar de oorsprong, het begin van de mens, niet historisch, maar existentieel. En hij ontdekt: ik ben er, ik heb mijn leven van ergens anders ontvangen. Dat houdt een enorme opgave in: te aanvaarden dat ik er ben, dat ik ben zoals ik ben, en dat ik een bedoeling heb. Op zeer indringende wijze spreekt Guardini daarbij over de angst die een mens kan overvallen, wanneer hij voor de vraag naar de aanvaarding van zijn bestaan staat.
lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]
lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]
Dit is het motto van het boek “Albert Speer: verstrikt in de waarheid” geschreven door Gitta Sereny.
Interessant boek. Albert Speer is een van de weinigen die de dans ontsprongen bij de Neurenberger processen tegen Nazi-misdadigers, hij werd ’slechts’ veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf. In de gevangenis is hij boeken gaan schrijven, waarin hij tot een soort gewetensonderzoek kwam. In die zin is was hij beter dan de meeste andere nazis : hij gaf toe dat hij ‘fout’ geweest was. Echter, hij is, ondanks dat de ‘feiten’ hebben ‘aangetoond’ dat hij wel op de hoogte geweest moést zijn van de Holocaust, blijven ontkennen dat hij hier iets van wist .
Nietzsche heeft de vraag gesteld “hoeveel waarheid verdraagt de mens".
Blijkbaar zit er in mensen, zie Albert Speer, een mechanisme, dat er voor zorgt dat we ‘bepaalde waarheden’ over onszelf, niet onder ogen krijgen, er is iets dat zich hardnekkig verzet.
Dit mechanisme beschermt ons, zou je kunnen zeggen, tegen die waarheden die we niet aankunnen.
Behoort dit mechanisme tot het Goede ( bijvoorbeeld omdat het ons dan pas met waarheden confronteert, op het moment dat we het aankunnen) of tot het Kwade( bijvoorbeeld omdat het ons afhoudt van de waarheden die we, hoe verschrikkelijk ze ook zijn ,
nodig hebben om tot onszelf te komen.
gepost door Kees Straks
Reactie Woest & Vredig
De vraagstelling blijft enerzijds gesteld binnen het relativisme, omdat er over waarheden gesproken wordt. Aan de andere kant veronderstelt de vraag juist het Goede en het Kwade met een hoofdletter. De vraag zou consistenter zijn als gesproken zou worden over de Waarheid i.p.v. waarheden. In dat geval lijkt het mij dat elke gedachte die mij afhoudt van de Waarheid nooit uit het Goede kan voortkomen. Het Goede wil dat we tot de Waarheid komen en niet dat we gevangen raken in deelwaarheden. Een deelwaarheid die grote macht uitoefent, is bijvoorbeeld de opvatting dat de Waarheid uit stukjes (van de Waarheid) zou bestaan. Of de gedachte dat elk mens en elke tijd zijn eigen waarheid heeft.
Het Goede openbaart mij persoonlijk dat er één ongedeelde Waarheid bestaat. Dat is voor de achterdochtige postmoderne mens een levensgevaarlijke uitspraak. Maar ik weet het zeker: ook al hebben wij in deze gebroken wereld de neiging ons te laten misleiden door stukjes van de waarheid, we kunnen nog altijd de ongebroken Waarheid (her)kennen, mits we daarbij het hart gebruiken. Vanuit mijn verstand kan ik hoogstens een relativistisch standpunt innemen of juist een absolute waarheid liegen.
Woensdag schreef ik over het drama van Dresden. Vandaag staat er in Trouw een artikel over de herdenking aanstaande zondag. Dan is het precies zestig jaar geleden dat het Florence aan de Elbe door geallieerde bommenwerpers in de as werd gelegd. De herdenking zou misbruikt worden door de extreme NPD die aandacht wil voor de bommenholocaust .
Met het wegvallen van de christelijke religie als bindend normen en waardensysteem zijn in onze postmoderne tijd de begrippen ‘goed’ en ‘kwaad’ problematisch geworden. Vaak wordt het denken in de tegenstelling goed en kwaad gelijkgeschakeld met denken in zwart en wit. Dat is een al te gemakzuchtige visie. Denken in termen van goed en kwaad kan ongenuanceerd zijn, maar niet denken in termen van goed en kwaad kan ook ongenuanceerd zijn. Je komt de grijzen pas tegen als je licht en donker wilt waarnemen.
De visie die denken in termen van goed en kwaad verwerpt, wordt voortgebracht door een verkrampt relativisme waarin ‘goed’ en ‘kwaad’ per definitie inwisselbaar moeten zijn. Het enige absolute kwaad dat dit verkrampte relativisme nog toelaat, is het gezicht van fascisme en rascisme. Decennialang kon je alleen door deze woorden te gebruiken een (politieke) tegenstander demoniseren en elk serieus debat lamleggen.
Relativisme is een (beschermings)mechanisme om ons te behoeden voor totalitair denken. We moeten ons geestelijke onderscheidingsvermogen ontwikkelen door het waarnemen van de grijzen om ons heen. Maar het clair-obscur van goed en kwaad hebben we uiteindelijk wel nodig om die grijzen te kunnen waarnemen. Vanuit onszelf zijn we niet in staat een ethiek te ontwikkelen, want ons bestaan wordt ons geopenbaard in een morele dimensie, in een clair-obscur van goed en kwaad denken en handelen.
Een relativisme dat zich hiervoor afsluit, brengt ons helemaal niet bij de nuance, maar maakt ons juist geestelijk blind. Vergelijk het met een virus dat het verdedigingssysteem van het lichaam aanvalt. Wanneer dit eenmaal gesaboteerd is, kan een verkoudheid al fataal worden. Wanneer we onszelf door een krampachtig relativisme laten opleggen dat denken in termen van goed en kwaad verkeerd is, dan verdedigen we onze ziel niet goed en kunnen er vervolgens allerlei gedachten binnendringen die onze ziel schaden. Bovendien hebben we dan geen geestelijk kompas meer in huis om richting te kiezen in de morele dimensie van ons bestaan.
In de nacht van 13 op 14 februari 1945 maakten geallieerde bombardementen een einde aan het Florence aan de Elbe en de levens van tienduizenden onschuldige burgers. De ZDF schonk gisterenavond in een anderhalf uur durende documentaire aandacht aan deze geallieerde bommenterreur. Mijn vader was 13 jaar en herinnert zich nog precies dat de Engelsen en Amerikanen in het voorjaar van 1945 ongehinderd af en aan vlogen naar Duitsland. Met schaamte weet hij dat er toen in Nederland overal geroepen werd dat ze Duitsland ‘maar helemaal plat’ moesten gooien.
De geschiedenis is onze blik op de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen. Na zich meer dan een halve eeuw in het stof gewenteld te hebben, komen de Duitsers nu pas toe aan het verwerken van het eigen oorlogstrauma. Dresden is het symbool geworden van een oorlog waarin de bondgenoot ook oorlogsmisdadiger kon zijn en de vijand ook slachtoffer. Mahatma Ghandi zei vlak voor zijn dood al dat men in Dresden en Hiroshima Hitler met Hitler bestreden heeft.
In zijn besteller In Europa schrijft Geert Mak dat er nog steeds geen betrouwbare cijfers zijn over het bombardement op Dresden:
Op de MDR website wordt in een special over de herbouw van de Frauenkirche in Dresden, gesproken over 35.000 slachtoffers. In oktober dit jaar verwacht men dat de Frauenkirche weer gewijd zal worden. Bovenop de koepel staat inmiddels een kruis dat in Engeland is ingezameld en door de zoon van een RAF-piloot is vervaardigd.
Nog steeds ben ik aan het lezen in Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? In het derde hoofdstuk over Nietzsche beschrijft Rüdiger Safranski hoe en waarom Nietzsche definitief met alle metafysica wil afrekenen. Het begint met zijn eerste kennismaking met de filosofie van Schopenhauer:
Met Schopenhauer heeft Nietzsche in het leven de donkere afgrond in het oog gekregen en is pessimist geworden. Maar hij wil ook Schopenhauer overtreffen. Hij wil iets paradoxaals: hij wil het onverdraagelijke leven in een oneindige hartstocht omzetten, zonder in een aan gene zijde te vluchten, ook niet in het aan gene zijde van de negatie. De formulering voor deze houding luidt: dionysisch pessimisme.
Wee de mens die boven alles stoer en sterk wil zijn.
Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik
The birth of Tragedy [ integrale tekst in Engelse vertaling ]




In het tweede hoofdstuk van Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? schrijft Rüdiger Safranski hoe Heinrich von Kleist, in navolging van Rousseau, zich radicaal wil terugtrekken uit de buitenwereld:

Nog steeds door griep aan bed gekluisterd, maar gelukkig kan ik nu weer wat lezen. Op mijn nachtkastje ligt nog steeds Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? van Rüdiger Safranski en daarin staat in het hoofdstukje over Jean-Jacques Rousseau het volgende over de vrijheid:

Vanuit deze innerlijke vrijheid heeft een ziekbed geen beperkingen meer, maar krijgt het plotseling onafzienbare mogelijkheden. Het alledaagse vrijheidsbegrip versmalt zich meestal tot de opvatting “kunnen doen waar je zin in hebt". Maar misschien ligt het ook wel aan de Nederlandse taal. Het Russisch kent bijvoorbeeld twee woorden voor vrijheid, om oppervlakkige en diepgevoelde vrijheid van elkaar te kunnen onderscheiden.
…en niet in staat iets t