Maandelijks archief: februari 2005

kan ik dat echt? [ 3 ]

gelezen: hoeveel globalisering verdraagt de mens?
door Rüdiger Safranski
Het transcenderende dier, de mens, geniet van de trotse distantie waarmee hij het geheel overziet; het geeft hem het gevoel goddelijk te zijn. Tegelijk merkt hij dat hij weliswaar buiten zichzelf kan treden, maar toch niet uit de dierenwereld kan stappen: hij behoort die wereld toe. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen een god die het geheel overziet en een dier dat tot het geheel behoort.
Maar wat is het geheel? Schopenhauer heeft het zo gezien:
“In de oneindige ruimte talloze lichtende bollen, met om iedere bol in hun baan telkens een duizendtal kleinere belichte bollen die, van binnen heet, met een gestolde koude korst overdekt zijn, waarop een schimmellaag levende en kennende wezens heeft voortgebracht.”
Dat is een globale zelfwaarneming van de mens die nauwelijks nog van een depressie te onderscheiden valt: het kennende leven ontdekt zichzelf als een schimmellaag op een afgekoelde planeet.
melkweg
Als de rede een dergelijke blik op het geheel kan werpen, roept dat de verdenking op dat je met zo’ n rede weleens geplaagd kon zijn als betrof het een ziekte. Is redelijkheid niet teveel gevraagd? Zijn we niet juist zulke “gebrekkige wezens” omdat we op een te weidse en verre horizon, te weten op het genoemde globale kunnen uitzien? Is onze rijkdom aan kennis en perspectieven niet ook onze zwakte?

Hoeveel globalisering verdraagt de mens?

Valentijnsonrust

marloes“Kijk”, zei ze terwijl ze een groot rood hart op tafel legde. “En dit …” Ze spreide een wenskaart op A3-formaat open… “…en ook nog dit…” en liet me tenslotte een glimmend opblaashart zien. Haar Valentijnsoogst dit jaar. Ik bekeek het met gemengde gevoelens, leuk dat haar straatwaarde hoger ligt dan de mijne! (ik kan mij niet herinneren dat ik ooit van één onbekende één Valentijnshart heb gekregen.) Ik begon de wenskaart te lezen: “Mooie, lieve vrouw…” blablabla… afgesloten met een verontrustend “…binnenkort neem ik contact met je op!”

Gezellig die jaarlijkse Valentijnsonrust…

kan ik dat echt? [ 2 ]

gelezen: jezelf aanvaarden, durven leven vanuit geloof
door Romano Guardini
Wie werkelijk nadenkt, moet leren door de schijn van de vanzelfsprekendheid heen te dringen en in de diepte te duiken die daaronder verscholen ligt.
Laten we een waarheid van die aard onder ogen zien – die waarheid namelijk die ons het meest raakt: dat ik degene ben die ik nu eenmaal ben – dat ieder van ons zichzelf is.
We drukken deze waarheid uit met de zin: “Ik ben voor mijzelf datgene wat zonder meer gegeven is.” Ik ben datgene waarvan het voor mij zonder meer vanzelfsprekend is dat het bestaat; dat de voorwaarde vormt voor de rest; datgene waarop ik alles betrek en van waaruit ik alles benader.
Inderdaad, bij alles veronderstel ik mezelf al. Elke uitspraak die ik doe, bevat het woord “ik”, of het nu duidelijk uitgesproken wordt of in de uitspraak is inbegrepen. Elke daad die ik stel, wordt door “mij” gedragen. Wat er in mijn leven gebeurt, raakt “mij”. Ik ben er altijd bij: direct, door direct te handelen, iemand te ontmoeten of ergens invloed op uit te oefenen – of indirect doordat “mijn” omgeving, “mijn” land, “mijn” wereld daarbij betrokken is.
Ik kan mij daarbij steeds verder van mijn directe ik verwijderen. Er werd gesproken van een “omgeving”, “land”, “wereld”, maar dit houdt altijd verband met mij: het gaat over de omgeving die mij omringt, het land waarin ik woon, de wereld tot dewelke ik behoor. Ik kan proberen boven mijzelf uit te stijgen en over dingen te spreken alsof ik niet bestond. Dat is uitstekend: een oefening van de geest om bekwaam te worden zichzelf buiten beschouwing te laten. De verbinding blijft niettemin bestaan, want steeds weer ben ik het toch die probeer op die manier boven mijzelf uit te stijgen – nog helemaal afgezien van het feit dat ik mezelf daarbij toch meeneem en dat elke blik die ik op iets richt, hoe eenvoudig hij ook is, mezelf bevat.

Romano GuardiniIn dit opmerkelijke boekje stelt Romano Guardini de vraag naar de oorsprong, het begin van de mens, niet historisch, maar existentieel. En hij ontdekt: ik ben er, ik heb mijn leven van ergens anders ontvangen. Dat houdt een enorme opgave in: te aanvaarden dat ik er ben, dat ik ben zoals ik ben, en dat ik een bedoeling heb. Op zeer indringende wijze spreekt Guardini daarbij over de angst die een mens kan overvallen, wanneer hij voor de vraag naar de aanvaarding van zijn bestaan staat.

Romano Guardini ( 1885 – 1968 )